9e Jaargang, woensdag 16 januari 2019
bouwprojecten

Wall Relief No. 1

Rotterdam, 9 november 2011

De architect van het nieuw te bouwen Bouwcentrum aan het Weena, J.W.C. Boks, kreeg in 1954 het idee om een artistieke decoratie aan de hoofdgevel van zijn gebouw te laten ontwerpen. Boks stelde voor om de inmiddels internationaal bekende Henry Moore voor de opdracht te vragen. Moore had net een solotentoonstelling van zijn sculpturen in Museum Boijmans Van Beuningen gehad. Hij werd in de zomer van 1954 benaderd voor het maken van een schetsontwerp. Na enig aarzelen – hij had nog nooit in baksteen gewerkt – stemde hij toe.

De opdracht was eenvoudig: ontwerp een wand in normale bakstenen, waarbij de vormgeving vooral door de mogelijkheden van het materiaal wordt bepaald. Moore maakte ontwerpen op schaal in gips. Vijf maanden later had hij er zeven klaar. Eén daarvan werd uitgekozen. Dit model van 55 bij 25 centimeter (schaal 1:33) werd door de architect omgezet in éénenveertig werktekeningen van schaal 1:10. Twee meestermetselaars, Kees Molendijk en Gerrit Philips, werkten het ontwerp uit in rode baksteen. De uitvoering ging in juli 1955 van start en in oktober van dat jaar was het werk klaar.

Het bakstenen “Wall Relief No.1″ is bekleed met circa 16.000 handgemaakte bonte klinkers, die op maat gehakt zijn en daarna in wild verband tot een reliëf zijn samengevoegd. Twee meestermetselaars zijn, verspreid over ongeveer vier maanden, samen 1200 uur met de klus bezig geweest.

Aan de boven- en onderzijde van het reliëf is de nadruk gelegd op de horizontale lijnen en aan de zijkanten vooral op de verticale. Dit is gedaan in verschillende geometrische patronen – blokken, lijnen of cirkels, variërend van lengte, breedte en aantal – die samen een kader vormen. Ze steken uit de wand of zijn juist verdiept aangebracht. Toch doen deze motieven niet aan als een omlijsting. Op enkele punten zijn elementen ingebracht die het kader doorbreken. In het midden is de compositie vrijer opgebouwd. Vijf organische vormen zijn losjes naast elkaar in het vlak geplaatst. Ze doen denken aan lichamen of planten, en aan vormen die in een proces van jaren door natuurkrachten zijn ontstaan, bijvoorbeeld door water, zand en wind uitgesleten stenen.

Tijdens de uitvoering werden wekelijks foto’s van het reliëf-in-wording opgestuurd naar Henry Moore in Engeland, die telkens een reactie terugzond. De bedoeling was zo correcties van Moore te kunnen uitvoeren. Moore had echter weinig kritiek op het werk van de twee, er waren zelden aanpassingen nodig. Ook de voorgestelde eindafwerking die Moore ter plekke persoonlijk zou uitvoeren, vond hij achteraf niet nodig.

Bij de opening van het Bouwcentrum op 22 december 1955 is het reliëf onthuld, in bijzijn van de kunstenaar, de Britse Consul-generaal, de directeur van het Bouwcentrum en de voorzitter van de Vereniging Nederlandse Baksteenindustrie. Het ontwerp voor het reliëf heeft Moore aan het Bouwcentrum geschonken. Alle schetsontwerpen zijn later in brons afgegoten.

Het Bouwcentrum nu Weenapoint geheten wordt zal echter binnenkort worden gesloopt, uiteraard nadrukkelijk met behoud van dit meesterwerk, Wallrelief 1. De Architecten Cie die de prijsvraag voor nieuwbouw op deze plek won, tekent aan het ontwerp voor de torens die hier moeten verrijzen. Het behoud van Wallrelief op de oorspronkelijke plek, uiterst rechts in de gevel, behoort tot het programma van eisen dat de architect mee kreeg

uit:
oud.sculptureinternationalrotterdam.nl